Wikia


Het kleine KOETSHUIS is opgetrokken op een samengesteld grondplan en bestaat uit een centraal bouwlichaam waartegen twee rechthoekige bouwdelen aansluiten. Het linker bouwdeel steekt aan de achterzijde uit. Het koetshuis telt een bouwlaag en een zolderverdieping en wordt gedekt door een samengesteld, H-vormig dak bestaande uit twee zadeldaken over de hogere zijpartijen en een dwarsgeplaatst zadeldak ertussen. De schilden zijn belegd met gesmoorde tuile du Nordpannen en de afwatering vindt plaats via mastgoten. In de nok van het middelste dak bevindt zich een gemetselde, opengewerkte dakruiter onder een klein zadeldak. De gevels zijn opgetrokken in rode baksteen, gemetseld in kruisverband en hebben een plint die wordt afgesloten door een uitgemetselde lijst. De gevels worden verlevendigd door horizontale sierlijsten van overhoekse muizetanden. In de gevels zijn enkele smeedijzeren sierankers aangebracht. De VOORGEVEL bestaat uit twee licht vooruitspringende zijpartijen met trapgevels en een lagere, recht afgesloten middenpartij. In de rechter- en de middenpartij bevinden zich inrijdeuren (thans dichtgezet) onder segmentbogen, met boogtrommels gevuld met siermetselwerk. Beide deuren worden geflankeerd door smalle, staande vensters onder een rollaag. In de linker partij bevindt zich binnen een spitsboogomlijsting een houten deur, met een boogtrommel gevuld met siermetselwerk. De ingang wordt geflankeerd door twee spitsboogvensters voorzien van draadglas tussen ijzeren strippen (vernieuwd). In de rechter trapgevel bevindt zich een spitsboogvenster, in de linker een spitsboogvormig spaarveld. De schouders van de trapgevels zijn voorzien van overhoekse tandlijsten. De trapgevels worden bekroond door geornamenteerde smeedijzeren windwijzers. De RECHTER ZIJGEVEL heeft twee kleine, staande vensters met ijzeren roeden en een rechtafgesloten deur. De LINKER ZIJGEVEL bezit vier hoge spitsboogvensters met glas als in de voorgevel. De ACHTERGEVEL wordt rechts en links afgesloten door een puntgevel met uitkragende schouders. Ter hoogte van het uitstekende deel is de achtergevel blind. In de dagkant van dit risaliet is een deur geplaatst onder een segmentboog. Een dergelijke deur bevindt zich ook in het rechtafgesloten middendeel, dat wordt geflankeerd door twee staande vensters met ijzeren roeden. Links is een dubbele inrijdeur geplaatst naast een klein vierkant raam. In de puntgevel bevindt zich een ijzeren roosraam. Het INTERIEUR is ingedeeld in twee grote ruimten, gescheiden door een tussenlid waarin onder meer een keuken en de trap naar de zolder zijn ondergebracht.

Waardering

KOETSHUIS (complexonderdeel C) uit 1884, uitgebreid in 1934.

-Van architectuurhistorische waarde als goed voorbeeld van een klein koetshuis, gebouwd in 1884 en uitgebreid in 1934 in een mengeling van Neo-Renaissance en Neo-Gotische stijl. Het koetshuisje valt op vanwege de kenmerkende hoofdvorm en de verzorgde detaillering. De oorspronkelijke functie is in in- en exterieur nog goed herkenbaar.

-Van stedenbouwkundige waarde als functioneel onderdeel van het parochiecomplex, waar het in het bijzonder met de nabijgelegen pastorie in dezelfde stijl, hoge ensemblewaarden geniet.

-Van cultuurhistorische waarde als onderdeel van het complex dat verbonden is met een religieuze en sociaal-maatschappelijke en waaraan een lange geschiedenis verbonden is.






























Bron: RCE Rijksmonumenten Dataset, Tabel 2 (2009)