Wikia


Inleiding

Buiten gebruik gestelde, herbestemde STEENFABRIEK ("De Bovenste Polder") van het type zig-zagoven, naar het ontwerp van J.J. Wentink uit Utrecht. Opgericht door Robert Bowles en Joannes Lans in 1846: van drie veldovens uitgegroeid tot een in opdracht van L. J. Duijs in 1923 gebouwde steenfabriek, breidt de produktie van metselbakstenen en straatklinkers uit en bleef de voor Wageningen tweede baksteenfabriek, tot midden jaren 1960 in bedrijf. Door enthousiaste initiatiefnemers werd de fabriek van de sloophamer gered en zij heeft tegenwoordig een multi-funktionele herbestemming gekregen zoals ateliers, opslag en twee dienstwoningen.

De baksteenindustrie was een belangrijke seizoenswerkgever waaruit veel (gezins)arbeiders een schamel inkomen verdienden. Het besluit van de steenfabrikant van de "Bovenste Polder" in 1906 een loonsverlaging door te voeren mondde uit in een wilde staking die door de plaatselijke vakbond 'Eendracht maakt macht' werd georganiseerd. Bescherming van rechten van de steenfabrieksarbeider vormde mede de aanleiding tot de oprichting van de "Nederlandsche Bond van Steen- en Pannenbakkers" die zich in Wageningen vestigde.

Op het nauwelijks veranderde en als zodanig nog steeds interessante, noordelijk van de Nederrijn gelegen, uiterwaardengebied bevinden zich een kleine oorspronkelijke haven en verspreid, getuigenissen van klei-afgraving, alsook de boerderij/bazenwoning aan de noordoostzijde van de fabriek. Overige bijgebouwen zijn niet meer of te fragmentarisch bewaard gebleven. De afzonderlijke onderdelen zijn echter van te weinig belang om een rijksbescherming op te leggen.

Omschrijving

De baksteenfabriek bezit een vierkante plattegrond waarvan de hoeken naar de vier windrichtingen zijn gericht, waarbij de zijde die is gekeerd naar de rivier de zuidoostzijde betreft. Het fabrieksgebouw, met centraal opgesteld de schoorsteen, is opgetrokken in baksteen (vuurvaste- en gewone bakstenen). Het gebouw wordt gedekt door twee met rode verbeterde oud-Hollandse pan gedekte zadeldaken, die als paar worden omzoomd door een omlopend lessenaarsdak. Dit wordt door gebintstijlen op poeren, aan de voet geplaatst van de schuin oplopende muren, ondersteund, waardoor een groot overstek ontstaat. De nok en kepers zijn belegd met rode halfronde vorsten. De van horizontale plankdelen voorziene eindgevels van de zadeldaken zijn ingevuld met drie gekoppelde 2x2-ruits klapramen. Ter weerszijden van de beide nokassen komen gepaard twee ventilatiekappen voor boven de aanwezige dakkapellen met modern vierstrooksvenster. Links en rechts van de dakkapellen en in het lessenaarsdak onder de topgevels van de zadeldaken zijn moderne dakramen ingebracht.

De gevel aan de rivierzijde wordt gedomineerd door een nieuwe, teruggebrachte hellingbaan die ten dienste van het transport van brandstof stond, dat vanuit de in zuidelijke richting gelegen haven werd aangeleverd en naar het ovendek werd gevoerd. Het lessenaarsdak is ten gunste van deze toegang onderbroken en bevat nu een beglaasde ingangspartij, die leidt naar de ateliers en dienstwoningen. Het gebouw telt aan deze en overliggende zijde met eindgevels tweemaal twee (tongewelfde) ovenkamers met in oorspronkelijke vorm, maar voorzien van nieuwe deuren, behouden kruipoorten en in de gevels evenwijdig aan de nokas, zes van dergelijke poorten aan iedere zijde.

Op de stookzolder, waar zoveel mogelijk de oorspronkelijke bestrating is gehandhaafd, zijn deels de stookgaten waarin de kolen werd gestort en de tasruimte in het zicht gelaten. Het ovenkanaal in de zware stenen onderbouw, bevindt zich onder de zakgoot tussen beide zadeldaken. Ovenkanaal en (getopte) schoorsteen zijn bewaard gebleven en maken deel uit van het huidige ventilatiesysteem.

Waardering

Voormalige STEENFABRIEK ("De Bovenste Polder") van het type zig-zagoven, gebouwd in 1923, naar het ontwerp van J.J. Wentink uit Utrecht.

- Van architectuurhistorisch belang als typologisch zeldzaam en redelijk gaaf bewaard voorbeeld van een verbeterde ring of zigzagoven op vierkante grondslag.

- Van stedenbouwkundig belang als essentieel onderdeel van een markant in het Gelderse rivierengebied gesitueerde steenfabriek.

- Van cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van de sociaal-economische en historische ontwikkeling van de nederlandse steenfabricage. De fabriek met zijn arbeiders heeft een substantieel aandeel gehad in de oprichting van de "Nederlandsche Bond van Steen- en Pannenbakkers" in 1906 die zich in Wageningen vestigde.





























Bron: RCE Rijksmonumenten Dataset, Tabel 2 (2009)