Wikia


Inleiding

Twee identieke GEVECHTSSCHUILPLAATSEN A40 en A51 (25e, 25f), zogenaamde Doppelgruppenunterstanden, type R-502, in 1939 speciaal ontworpen voor de Westwall. De schuilplaatsen zijn via half-open gemetselde loopgraven verbonden met de centrale commandoposten. De bunker A51 ligt ten westen van de kantoorbunker en ten zuiden van de Marine Artillerie Commandopost. De bunker A40 ligt ligt ten noorden van de commandopost.


Omschrijving

De zich gedeeltelijk onder het duin bevindende gevechtsschuilp laatsen van gewapend beton hebben een blinde voorgevel die aan de bovenzijde afgerond is. Achter de twee ijzeren toegangsdeuren met tralie's een trap naar beneden die naar een hal leidt. De twee hallen geven toegang tot de centraal gelegen gassluis. Via de gassluis zijn de twee met elkaar in verbinding staande wachtruimten te bereiken. De rechter wachtruimte geeft toegang tot de voormalige observatiekoepel, die aan de rechterkant (noordgevel) een halfronde muur heeft.


Waardering

Gevechtsschuilplaatsen van algemeen cultuurhistorisch belang:

- als representatief restant van de Atlantikwall die de Duitse bezetter in de Tweede Wereldoorlog langs de Nederlandse kust heeft laten aanleggen.

Gevechtsschuilplaatsen van algemeen architectuurhistorisch belang:

- als representatief voorbeeld van Duitse bunkerbouw in beton uit de Tweede Wereldoorlog.

Gevechtsschuilplaatsen van algemeen belang:

- vanwege de redelijke mate van gaafheid in hoofdvorm, materiaalgebruik en detaillering.

De ensemblewaarden van de gevechtsschuilplaatsen bestaan uit:

- de ruimtelijke en functionele samenhang van de complexonderdelen onderling zowel als met de restanten van de kustbatterij Katwijk A 1 t/m 109, onderdeel van de Duitse Atlantikwall in het Nederlandse kustgebied;

- de beeldbepalende situering in het duingebied van Katwijk.





























Bron: RCE Rijksmonumenten Dataset, Tabel 2 (2009)